Klimaatdoelstellingen: het bos door de bomen

De Europese 2020-doelstellingen waren heel eenvoudig om te onthouden: tegen 2020 moesten we 20% CO2 besparen, 20% energie besparen en 20% van de energie moest hernieuwbaar zijn. Kijken we even verder, naar 2030, dan legt Europa 40% CO2-besparing op (tegenover 1990), minimum 32,5% energiebesparing (tegenover 2007) en minstens 32% van de energie moet hernieuwbaar zijn. Dan zijn we er nog niet: Europa maakt een onderscheid tussen ETS en non-ETS-sectoren. ETS staat voor Emission Trading System, het systeem van de emissiehandel dus. De energiesector en zware industrie maken deel uit van de ETS-sector. Zij moeten in verhouding wat meer besparen, en daarvoor is Europa rechtstreeks verantwoordelijk. Voor alle andere sectoren, dus ook de gebouwen, geldt globaal genomen de non-ETS-doelstelling van 30% CO2-besparing. Verschillende lidstaten krijgen wel andere doelstellingen opgelegd, voor België is dat 35% CO2-besparing tegen 2030. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan voor 2021 tot 2030 volgt deze 35%-doelstelling. Om vanuit gebouwperspectief de doelstellingen van 2030 te realiseren is het zeer kort dag. Daar bijkomend wordt in 2050 klimaatneutraliteit beoogd, (Parijs, COP21). Om dit te bewerkstelligen moet er ingezet worden op 3 terreinen: 1. een isolatiepeil dat volledige elektrificatie toelaat (hetgeen verwarming met warmtepompen toelaat), 2. een restverbruik dat volledig wordt afgedekt met hernieuwbare energie (bijv. zonnepanelen), 3. de sloop en herbouw van alle gebouwen waarbij geen aanvaardbaar isolatiepeil kan worden bereikt met conventionele isolatiemaatregelen. In dit laatste geval wordt er vanzelfsprekend gesproken over energieneutrale (en idealiter klimaatneutrale) nieuwbouw. Energieneutrale woningen zijn woningen die gedurende een heel jaar evenveel energie opwekken als wordt verbruikt. Klimaatneutraal wil zeggen dat alle CO2-uitstoot, dus ook de uitstoot die gelinkt is aan de gebruikte materialen tot nul moet gereduceerd worden.

2030 gaat er zo zijn, onze neuzen zouden dus best al meer richting 2050 staan. De belangrijkste doelstelling die je moet onthouden is dat we klimaatneutraal moeten zijn tegen 2050. Klimaatneutraal wil zeggen dat de CO2-uitstoot tegen dan tot 0 moet gereduceerd zijn. Na een forse energiebesparing, moet de volledige resterende energiebehoefte dus ingelost worden met hernieuwbare energie. Op 29 mei 2020 keurde de Vlaamse regering de langetermijnrenovatiestrategie (LTRS) goed voor gebouwen. Deze strategie stippelt het logische pad uit naar een klimaatneutraal gebouwenpark voor verwarming, sanitair warm water, koeling en verlichting tegen 2050. De regering ziet een voorbeeldrol weggelegd voor publieke gebouwen. Daarvoor is het streven om klimaatneutraal te zijn tegen 2045. De sectoren zorg en onderwijs vormen daarin de uitzondering. Zij mogen wel 2050 als finishlijn hanteren.

Om dit doel te behalen zal het energieverbruik van niet-woongebouwen tegen 2050 volgens de huidige inzichten met 33% omlaag moeten ten opzichte van het energieverbruik van 2020.

Om het streefdoel te halen zijn binnen de LTRS ook tussendoelstellingen bepaald voor 2030 en 2040:



Dus we streven tegen 2030 naar 11% energiebesparing ten opzichte van 2020 en 23% CO2-besparing. In 2040 zouden we dan op 24% energiebesparing moeten zitten en 65% CO2-besparing.

Deze percentages moet je dus eerder zien als een foto van de huidige situatie. De enige vaste doelstelling is klimaatneutraliteit tegen 2045 of 2050, hoe we daar geraken kan nog verschuiven, afhankelijk hoe ver we staan.

Voor de centrale overheid blijft de regering inzetten op het Actieplan Energie-Efficiëntie om de doelstelling te behalen. De jaarlijkse besparing in primaire energie wordt opgeschroefd van 2,09% naar 2,5%. De meerjarenstrategie om deze besparing te behalen moeten centrale overheden ook voor hun eigen gebouwen opnemen in het ondernemingsplan.




#klimaatdoelstellingen